Scheveningse zeeman

Een man loopt de duinrand in. Hij zoekt een beschutte plek met uitzicht op zee. Vanaf het pad is hij niet te zien. Hij gaat voorzichtig zitten in het helmgras. Uit een plastic tas haalt hij een thermoskan. Hij trekt de bovenkant eraf, die gebruikt kan worden als beker, schroeft dan de dop eraf en vult de beker behoedzaam met dampende koffie. Daarna sluit hij de thermoskan en doet deze terug in de tas. De man neemt een slokje.

20130101_154658

Het is doodstil. De wereld slaapt nog. De zon is al iets opgeklommen. Haar licht stroomt over het slapende water en brengt verborgen kleuren uit in de ondiepten. Verder weg is het water alle schakeringen blauw. De zee toont haar ritmische ademhaling. Ze stuurt haar golven sloom het strand op, waar ze stil op uitlopen. Daarboven een hemel als strakgespannen zijde, met rafelranden.

De man snuift de zeelucht op. Er is een verandering op komst. Hij ziet hoe de rafels wolken binnen laten, eerst langzaam-behoedzaam, daarna sneller, aangejaagd door de wind. De hemel wordt een rommelige brei, met haveloze scheuren, plotse opbollingen, torens in de schaduw van diepe afgronden. De wind giert er als bezeten doorheen en maakt er een nog grotere bende van.

Ook beneden is de rust verdwenen. De zee stuurt haar glanzende cohorten steeds harder de welvende buik van het land op. Het schuimen begint al vroeg. De wind slaat gaten in de golven, die antwoorden met boos gedonder.

De man haalt nu een oliepak uit zijn tas. Hij schuift zijn benen in de broek en trekt die over zijn achterste, terwijl hij van zijn ene bil op zijn andere bil gaat verzitten. Het duurt lang voordat de broek goed zit. Daarna trekt hij de jas aan. Hij gaat op de flappen aan de achterkant zitten. De touwtjes van zijn capuchon knoopt hij strak vast onder zijn kin. Hij is niets te laat: de regen komt met bakken naar beneden.

De zee verandert in een kolkende ruimte zonder begin en einde. De horizon is weg, het land ligt verborgen onder een zilte sluier. De wind gaat te keer als een woedende rottweiler: hij jankt, grauwt en rukt aan alles wat binnen zijn bereik ligt. Later, als zee en wind zijn gaan liggen onder een verscheurde hemel, ligt er vuil schuim op het opengereten strand.

De man veegt het zand van zijn oliepak. Hij draait zich op zijn zij en schuift zijn rechterknie onder zijn lichaam. Traag komt hij omhoog, de broek van zijn oliepak hindert hem. Pas als hij die omhoog gehesen heeft kan hij overeind komen. Als hij eindelijk staat met de plastic tas in zijn hand, werpt hij een laatste blik op zee. Dan loopt hij met stijve passen terug, het land in.

Advertisements

About Marieke Keur

Blogger, schrijver-journalist en eindredacteur voor het Nederlands en het Engels. Favoriete onderwerpen zijn de zorg, de stad, het landschap en de zee.
This entry was posted in Fictie and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s