Cursus HU

Dit artikel verscheen in 2012 in INDCONTEXT, het tijdschrift voor de relaties van de IND.

‘Hier kan ik eindelijk rustig slapen’

Biniam T.W. (38) woont in Heemskerk. Hij begeleidt vluchtelingen bij hun kennismaking met de Nederlandse samenleving. Biniam weet wat het betekent om vluchteling te zijn. Als twintigjarige verliet hij halsoverkop zijn vaderland Ethiopië. Daarna verbleef hij dertien jaar in het vluchtelingenkamp Kakuma in Kenia, totdat hij door de VN geselecteerd werd voor herhuisvesting.

Gevangenis en vlucht

Biniam is politiek vluchteling. Zijn vader was in Ethiopië een bekend oppositieleider in de jaren negentig. De regering pakte de kinderen aan om de vader tot zwijgen te brengen. Biniam: “Ik heb een paar keer in de gevangenis gezeten en ben vaak met de dood bedreigd. Omdat mijn vader lid was van de oppositie, was ik dat in de ogen van de machthebbers ook. Maar ik deed niets aan politiek. Toen er een grote demonstratie tegen de regering was, kwam de Veiligheidsdienst opnieuw achter me aan. Toen besloot ik te vluchten.”

Kakuma

Biniam werd toegelaten tot een VN-vluchtelingenkamp in Kenia en in 1995 overgeplaatst naar Kakuma 1. Dit kamp telde ca. 4500 vluchtelingen uit de omringende landen. Toen hij in 2006 vertrok was het in een stad veranderd met 82.000 inwoners. Biniam: “In Kakuma volgde ik opleidingen voor als ik terug kon keren naar mijn land. Maar de Ethiopische regering trad niet af. Ik kon niet meer terug.”

Geweld van de inheemse bevolking

Biniam zag veel geweld in het kamp. “Twee keer per maand werd er voedsel uitgedeeld. Die dagen moest je erg oppassen. Kampbewoners dreven bijvoorbeeld handel met de Turkana’s, een inheems nomadenvolk. De Turkana’s wilden graag het maïsmeel hebben uit onze voedselpakketten. Als je een koe van hen kocht in ruil voor een paar kilo maïsmeel, moest je zorgen dat die koe nog diezelfde dag bij de slager kwam, anders kwamen de Turkana’s het dier ’s nachts terughalen met hun geweren. Wij konden daar niets tegen doen, want wij mochten geen wapens dragen.“

Conflict en vertrek

Biniam kwam te werken voor de VN. Hij zette zich in voor de meest kwetsbare groep in het kamp, vrouwen en kinderen. Toen hij in conflict kwam met een Soedanese familie rond de uithuwelijking van hun 14-jarige dochter, werd zijn huis in brand gestoken. Biniam: “Mijn leven was opnieuw in gevaar en daarom ben ik door de Nederlandse regering uitgenodigd naar Nederland te komen. Ik verliet Kakuma met gemengde gevoelens. Aan de ene kant dacht ik: gelukkig maar. Maar je laat wel alles achter.”

Cultuurschok

Het leven in Nederland was anders dan hij verwachtte. “In mijn cultuur doe je alles samen. Ik moest van alles gaan leren, ik had bijvoorbeeld nog nooit gekookt. Bovendien dacht ik in Kakuma – net als iedereen – dat je hier heel makkelijk geld verdient. Als ik nu mensen uit Kakuma spreek, willen ze altijd geld. Maar ik doe hier vrijwilligerswerk en heb weinig te besteden. Ik volg ondertussen een opleiding in de maatschappelijke dienstverlening. Volgend jaar ben ik klaar en hoop ik betaald werk te vinden. Daar ben ik heel dankbaar voor. Hier voel ik me veilig en kan ik eindelijk rustig slapen”

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s